Woord van de regisseur

De regisseur: Jan Charles 

Mijn vader was amateurgoochelaar. André Charles. Dokter Ancha.

Als hij optrad en zijn trukendoos opende, keek ik telkens ademloos toe. En gluurde ik in het duister naar de verbaasde gezichten om me heen.

Hij stierf heel plots toen ik 13 was. Hij lag een paar dagen thuis opgebaard in de slaapkamer en ik probeerde de ultieme goocheltruc: hem weer tot leven wekken. Tot drie keer toe. Het lukte me niet. Niet omdat het niet kon, maar omdat ik er niet genoeg in geloofde.

Het kind is de vader van de man.

Ik ben amateurregisseur. Ik probeer mensen in de zaal te doen geloven dat wat ze zien echt is: dat iemand echt verdrietig is, echt een smeerlap is, echt verliefd is, echt een ander vermoordt en dat die ander echt dood is. Alleen dan benadert theater de magie van de goochelkunst.

En soms piep ik door de gordijnen en geniet van de gespannen of opgeluchte gezichten in de zaal.

Ik kan nog altijd geen doden opwekken maar wel een dode tekst, zwart op wit, de kleuren van de dood. Met de hulp van een bestuur dat de lijnen uitzet, een technische ploeg die kader en sfeer schept en van spelers die het onderste uit hun hart en buik halen. Van mensen die tot het uiterste gaan om de magie van het theater op te roepen.