Woord van de regisseur

Bart Cardoen   °Brugge, 23/09/1958.

Een toneelstuk regisseren. Weledel publiek toch, ’t is niet gescheten! (Excuseert u mij de uitdrukking.) Mocht ik het in het West-Vlaams mogen zeggen, ‘k zou zeggen: “’t Is ol gèn hoar snien’!” Ge hebt daar echt geen gedacht van wat er daar zoal bij komt kijken. Neem nu dat boekske dat ge momenteel ter hand houdt. Als ge denkt dat zoiets zichzelf schrijft dan zijt ge er nevens. Telken male wordt ge als regisseur gevraagd naar een bijdrage voor in dat programmaboekje. ‘k Peins ik dan dikwijls in mijn eigen: “’k Heb nog geen werk genoeg met dat stuk zelf!” En meteen daarna komt dikwijls ook de gedachte: “De mensen zullen heus wel zien wat er daar op dat podium gebeurt!” Maar een toneelkring is zelden opgezet met dergelijke redeneringen. Als ge zo’n dingen oppert dan bekijken ze u alsof ge vier besmettelijke ziekten t’hope hebt! Handige penningmeesters hebben immers berekend dat zo’n boekske de productiekosten kan drukken.

En ze paaien u en ze fluisteren: “Dat moet geen literatuur zijn, schrijf gewoon een curriculum vitae!” Als ge dat woord driemaal na elkaar uitspreekt dan is ’t gevaar dat ge uw kaakbeen breekt niet denkbeeldig. Tenzij ge Latijn hebt gestudeerd. Maar zijt een keer eerlijk. Hebt ge hier al eens goed rondgekeken? Hoeveel zouden er hier Latijn hebben gestudeerd? Een poging misschien, gelijk de meeste onder ons. Vlak na het lagere toen uw ouders nog een hartspecialist in u vermoedden. Ik zou ze in elk geval niet te eten willen geven, zij die hun studies begonnen in het Latijn Griekse maar cum laude afstudeerden als metser. Niet dat ik iets tegen metsers heb. Integendeel. Ge moet er eens één proberen te vinden als ge er één nodig hebt! Wachttijden van twee jaar zijn niet ongebruikelijk in die branche. En dan zijn er mensen die durven beweren dat ‘den bouw’ op zijn gat zit! Maar we wijken af…

Als regisseur legt ge u dus neer bij zo’n woordje voor in ‘t boekske want ge wilt het failliet van een kring van z’n eigens niet op uw geweten hebben. Ge zet gij u neer en ge begint gij te denken aan een tekst, want uw CV zou te dunnetjes staan.

Maar wat moet ge de mensen zeggen? Dat ze hier seffens ’t schoonste stuk van hun leven zullen zien? How zeg, leg het stille! We moeten daar immers eerlijk durven in zijn. Ge zult gij in uw leven ongetwijfeld al schonere stukken hebben gezien. Neem nu de mannen onder ons. ’t Schoonste stuk dat zij ooit  gezien zullen hebben zal ongetwijfeld hun vrouw zijn. En voor de vrouwen onder ons, ’t schoonste stuk dat jullie gezien zullen hebben zal ongetwijfeld… allé, ik mag alleen maar hopen dat uw man ’t schoonste stuk in huis heeft dat jullie ooit hebben mogen aanschouwen. En mocht het zo niet zijn gedenk dan, lieve dames, dat schoonheid relatief is en al zo’n dingen!

Ge zult gij hier dus seffens niet het schoonste stuk van uw leven zien. Ge zult gij gewoon ‘ons’ stuk zien. Datgene wat wij van “Klachten” hebben gemaakt. Gedurende drie maanden hebben we iets moois proberen te creëren. We kunnen alleen maar hopen dat de vonk zal overslaan. Dat ge hier straks allemaal zit te genieten dat het klettert! Het feit dat ge hier vanavond allemaal zit bewijst dat ge wilt meegenieten van het eindresultaat. Laat ze u smaken, onze klachten.

Bart Cardoen.

theaterstuk 2018

 

Paul Coppens.

Regie : Bart Cardoen

Komedie

Inhoud
Karel Troch is een bedeesde knul die nu reeds een maand werkzaam is op de afdeling ‘Klachten’ in het grootwarenhuis ‘Janssens en Zonen’. Hij heeft, ondanks zijn 32 jaar, nog nooit naar een vrouw durven kijken. Toch heeft hij nu een afspraakje via een huwelijksbureau. Maar op de werkdag die aan deze ontmoeting vooraf gaat, loopt alles mis. Zo nemen Robert, zijn chef en Daisy, de secretaresse vrijaf, om amoureuze redenen, zodat Karel er alleen voorstaat. Als Frank, de razende echtgenoot van Daisy binnenstormt, Nicole, het liefje van Robert ten tonele verschijnt en een dame een klacht komt indienen over een beha, dan wordt het een heksenketel. Als Adeline, de date van Karel, dan ook nog eens inlichtingen komt vragen, dan is de chaos niet meer te vermijden.